Nog net geen oktober: De lucht is helder lichtblauw. Boven de graslandjes hangen nevelflarden. De opkomende zon prikt er doorheen. Graslandjes in de schaduw zien er wittig uit. De dauwdruppels zijn vannacht bevroren. Wat later wordt de grote poel direct door de zon beschenen en stijgen nevelwolken op vanaf het water. Heel even kleuren die in hetzelfde geeloranje van de zon. Na een half uurtje is de ochtendvoorstelling alweer voorbij. Wie mooie dingen wil zien kan beter niet uitslapen.

Dode mol: Midden op het pad in het berkenbosje ligt een dode mol. Elk jaar vinden we er wel en altijd midden op een pad. Tussen struiken zullen ze ook doodgaan, maar daar vinden wij ze natuurlijk niet. Toch blijft het raar. Ze zien er altijd gezond en weldoorvoed uit. Het lijkt er op dat ze een gevecht met een soortgenoot hebben verloren. Mollen zijn zeer territoriaal en bevechten elkaar tot op de dood. Deze lijkt niet gewond of ziek, ziet er niet zwak uit en de vacht is helemaal intact. Ik leg hem op Tinekes bankje en maak wat foto's. Ik ga een plek bedenken om het mollenlijkje neer te leggen met de wildcamera erbij. Eens kijken wat er op af komt.

Waterbeestjes scheppen: Een jongen en een meisje struinen door de tuin en bestuderen het water in de poel. Ze hebben zin om waterbeestjes te scheppen. Er staat weer een laagje water en wij zijn ook wel benieuwd wat er zoal in zit. Wil haalt wat spulletjes en al gauw zit de eerste vangst in het bakje. De twee vissertjes vangen verschillende waterschorpioenen, verder een grote hoeveelheid watervlooitjes, torretjes, kokerjuffers en een pad. Veel van de beestjes zijn erg klein en lijken pas uitgekomen. Deze waterbeestjes herstellen zich blijkbaar razendsnel. De pad in het bakje houdt zich dood en we zetten hem terug in het water. Ondersteboven blijft hij minutenlang volhouden dat hij dood is en met rust moet worden gelaten. Dan vindt hij het veilig genoeg en gaat verderop tussen de drijvende waterplanten zitten.

Boze wespen: Ik stuur de nieuw afgestelde messenbalkmaaier over de helling bij de ingang. Halverwege botst de maaibalk tegen een groepje wilgenstronken en ik moet het maaien onderbreken. Een zwerm woedende wespen maakt me duidelijk dat ik te dicht bij hun nest ben gekomen. Het zijn kleine wespen maar ze menen het en ik moet de machine met draaiende motor achterlaten. Met een lange steel schakel ik de motor uit. Ik moet weer een sprintje trekken want de wespjes vinden nog steeds dat ik daar niks te zoeken heb. Ik ga koffie drinken. De machine haal ik op wanneer de wespen gekalmeerd zijn.

Betere kwaliteit maaiwerk: Vroeger kon het maaiwerk makkelijk twee maanden duren, deze keer verwachten we in 2 weken klaar te zijn. Nu we de maaibeurten sneller afwerken zien we de graslandjes gevarieerder en bloemrijker worden. Tot nu toe zijn er weinig mensen komen helpen met hooien. Nu komt alleen Rinus regelmatig helpen. Met een hele club is het natuurlijk gezelliger, maar we weten dat de meeste mensen niet altijd kunnen. Door ons opgevoerde werkschema schiet het goed op. Het maaiwerk heeft 10 werkuren gekost en 5 liter benzine verbruikt. Een mooie efficiënte score.

''Uit het dagboek van Stan Sanders, vrijwilliger in de Robbert"

 

Copyright © 2013 --- Wijkraad Helmond Noord